Mijn trip to Sri Lanka (IV)

vervolg nov / dec. 2016 (IV), Erna Ramstijn

De instabiele internetverbinding vraagt hier een zekere levenshouding: doet-ie het wel of doet-ie het niet? Ik kén iemand in mijn directe omgeving die er diep ongelukkig van wordt (!) om lijdzaam te moeten toezien hoe een e-mail blijft hangen in de concepten. Het versturen kan wel een dagje duren, Janny wordt daar niet vrolijk van!!

Senpathi, die sinds het begin Janny/SLS hier wegwijs maakt en helpt projecten uit te voeren, heeft al jaren een grote droom, een guesthouse runnen. En we zijn momenteel getuige van de bijna-geboorte hiervan in Anuradhapura: begin 2017 is het zover, het krijgt de naam ‘Amsterdam International’. Daarvoor heeft hij een deel aan zijn huis gebouwd en het is bijna klaar.

En dan … onze trip naar Mannar, schiereiland aan de NW-kust van Sri Lanka. We willen er in ieder geval naar de pier, waar vroeger de ferry naar India voer. En we willen er de wereldberoemde 700 jaar oude Baobab-tree zien. Om er een hotelletje te vinden, is een klus, maar via de e-mail en via via reserveren we Beach View Hotel in Pesalai: de naam belooft heel wat! Dát plezier hebben we alvast te pakken!

Voor 1,10 euro kopen we een treinkaartje (voor 3,5 uur treinen), zijn ruim op tijd op het station. Tijd is hier een rekbaar begrip: anderhalf uur later komt de trein. En wie je ook vraagt of er toch wel een trein komt, ze zeggen allemaal ‘over een kwartier’ … We zijn de enige blanken en trekken de aandacht: “Waar komen jullie vandaan?” meestal gevolgd door een praatje. Iedereen blij. In de oude trein hebben we alle ruimte,

Alle ramen en deuren staan open, de helft van de verlichting doet ‘t, twee van de vier ventilatoren hangen er nog. En een lawáái! Vanwege het enkele spoor staan we met regelmaat stil om een trein van de andere kant te laten passeren. De vering is bijzonder, een 2CV is er niets bij: bij tijd en wijle komen we zelfs los van onze zitting!

We komen aan in het donker, er wordt niets omgeroepen en de enkele medereiziger spreekt nauwelijks Engels: niet vreemd dat we ons stationnetje Pesalai, waar iemand van ons hotel op ons staat te wachten, aan ons voorbij zien gaan! Gewoon door naar het volgende stationnetje maar: Talaimannar, 20 km. verder. Wat nu? Geen kip te zien! Wij zijn de enigen die uitstappen. O ja, de jonge stationmanager heeft ons al in het oog en gaat ons helpen … Terwijl zijn (enige) collega een tuktuk van verder weg optrommelt, laat hij ons zijn werkpaneel zien waar hij de seinen ‘veilig’ regelt, en er wordt (mierzoete Nescafé) koffie met gember voor ons gemaakt, die ons wonderwel smaakt! 

Nadeeshan met grote zwarte baard spreekt goed Engels en vindt onze aanwezigheid wel gezellig. Er liggen twee matrassen, ze slapen daar ook gewoon. Bovendien komen er per dag maar twee passagierstreinen heen, en twee terug. Dus echt druk hebben ze het niet. Zijn collega krijgt van Janny drie rood-wit-blauwe knikkerzakken (gemaakt door onze creatieve sponsor!) met knikkers voor zijn kinderen, Janny belooft aan Nadeeshan om vanuit Nederland een boek over treinen te sturen en noteert zijn adres.

Dat gaan we met de tuktuk 20 km terug, naar Pesalai. Dat kost ons 4,20 euro! Voor dat bedrag kan je hier NB met de trein het hele land door.

We worden voor de deur van Beach View Hotel afgezet, en ja hoor, we worden verwacht, hartelijk ontvangen en onmiddellijk doorgesluisd naar onze (familie)kamer, álles lichtblauw. De drie bedden en een minuscuul kastje met spiegel vullen het hele ‘pijpelaatje’, er hangt niets aan de muur. Een ventilator aan het plafond en de airco zorgen voor een fijne temperatuur. Aan het eind is de deur van een klein badkamertje, die op slot kan aan de buitenkant. De kraan zit los, draait mee (dat is trouwens bijna overal in SL zo, ik vraag me zelfs af of dat misschien een functie heeft …) Geen handdoek en geen (boven)laken o.i.d.
Een handdoek is snel gevraagd, dus we kunnen lekker onder de (koude) douche.

En nu een biertje! Dat hebben we wel verdiend na een reis van 5,5 uur. Maar helaas, dat hebben ze niet. Nee, ook geen ontbijt, lunch, of diner. Maar ze willen alles voor ons laten halen. Voor vandaag kiezen we dan maar voor een bordje fried rice met een colaatje. Morgen gaan we zelf wel op onderzoek uit.

Maar dan blijkt er nauwelijks een eetgelegenheid te zijn in de omgeving! Als verrassingsontbijt scoren we in een klein tentje (en alles heet hier ‘hotel’) zo’n hele grote Indiase ‘toosse’. Een dubbelgevouwen dunne lap met een beetje aardappelcurry ertussen. Daar kan je zelf nog twee andere curry’s bij scheppen uit bakjes die van hand tot hand gaan. Je scheurt (álles alleen met je rechterhand!) steeds een stukje van de toosse af en mengt dat met wat curry. Smaakt prima!

De rest van de dag bekijken we het schiereiland. Het is een bijzondere streek, mooie mensen, heel vriendelijk, visserij is indrukwekkend (overbevissing!) alles basic, huisjes armoedig, veel afval, weinig groente en fruit te krijgen, weinig winkeltjes. Geen restaurant waar je bijv. een lekker visje kunt eten, terwijl het hier ból staat van de vis!! Vandaag twee blanke toeristen gezien. De rice and curry die we ’s middags eten is ook heel basic, met weinig groente, wel vis en kip. Bier is nergens te krijgen. Om ‘s avonds iets te eten te krijgen, vragen we om voor ons ergens eten met een biertje te halen. Dat is best vreemd.
Als Amal na een half uur (!) terugkomt met stringhoppers met een curry, rotti en bier, blijkt het bier een Lion Strong te zijn, 8,8%, 0,75 l.
Gelukkig wordt om 20:45u de (kerst)verlichting al uitgedaan. Wij, de enige gasten op dit moment, worden kennelijk geacht naar bed te gaan! Dat komt dan goed uit: we gáán, een vroegertje dus. En slapen lekker!

Ja, veel van wat we hier meemaken, lijkt wel een film. Eigenlijk te veel om te beschrijven!