Mijn jaarlijkse trip to Sri Lanka (III)

vervolg nov / dec. 2016 (III), Erna Ramstijn

De brillenuitdeling is ook weer een feestje. We stappen in de tuktuk met 150 brillen in Janny’s grote reiskoffer: oude, gekregen van vele (on)bekenden, maar ook een heleboel nieuwe, van een opticien. De koffer naast ons, een grote spiegel vóór ons, en Janny en ik in de resterende ruimte geperst. Zo rijden we naar de Mankadawela-pre-school, die ook gebruikt wordt als communitycenter/soort dorpshuisje. Daar zitten ca. 100 mensen op plastic stoeltjes op ons te wachten.

Als wij groeten met “Ayubowan!” staan ze allemaal op en groeten terug, lachen, reageren naar elkaar, vol verwachting. De tafels staan klaar met een kleed erover, er staan zes stoelen achter alsof we gaan vergaderen. Janny en ik beginnen snel met het uitpakken van de brillen, leggen ze allemaal netjes naast elkaar in rijtjes, brillenkokers erachter. Intussen wordt er uitgelegd aan de mensen hoe het verder gaat. Iedere keer mag er een groepje komen om een bril uit te zoeken. Het gaat om het montuur, glazen met de juiste sterkte kunnen ze halen bij de opticien in de stad, die zijn niet zo duur. Toch staan velen al snel met een krant om te kijken of ze beter kunnen zien! Er wordt gepast, gekeken, gelachen, blij en dankbaar gereageerd. Grote oude brillen nemen ze mee, maar ook nieuwe kleine monturen! Ik maak zoveel mogelijk foto’s van ‘de mens met bril’: ook daarvan genieten ze! Voor een bril met hoesje betalen ze 100 roepies (0,60 euro). Vandaag zijn er 82 brillen aan de man/vrouw gebracht, de helft van de opbrengst is voor het communitycenter en de helft is voor ons/SLS. Wij kunnen daar mooi de tuktuk van betalen!

Natuurlijk wordt ook dit feestje afgesloten met milkrice (kiribat) met chili/ui/zoutdip, de finishing touch!

Op de terugweg ga ik nog even op zoek naar Sidaleppe-rollertjes, gewild bij familie/vrienden die regelmatig hoofdpijn hebben. Daarvoor ga ik naar de Pharmacie. 5 medewerkers in een klein zaakje! Het dichtstbijzijnde meisje vraag ik er in het Engels naar. Omdat ik de klemtoon in het Singalese woord ‘Sidaleppe’ verkeerd leg, duurt het even voordat ze doorhebben wat ik bedoel. Slap van het lachen (!) gaan ze op zoek, en zowaar, in déze Pharmacie hebben ze de rollertjes.
Sri Lankanen hebben een kinderlijke humor, dus ik heb de lachers snel op mijn hand.

Steekwoordsgewijs vertel ik over migraine en Nederland. Migraine is wel uit te beelden, maar voor Nederland heb je minstens ‘Amsterdam’, ‘Ajax’, ‘Cruijff’ nodig. Dan gaat er ergens een lichtje op. Maar er wordt daarbij vreselijk gelachen, door allemaal. Als ik dan ook nog ‘sorry’ in het Singalees probeer te zeggen (“samawenne”) en daarbij de nadruk leg op de (verkeerde) klemtoon, komen ze niet meer bij van het lachen. Ik laat in ieder geval vrolijke mensen achter.

Iemand kwam vertellen dat de moeder van de buurvrouw is overleden. In gesprek met een vriend vragen we wat dat evt. voor ons betekent. Moeten we iets doen? Wordt er iets van ons verwacht? Hij vertelt ons: er wordt verwacht dat je hieraan even aandacht besteedt, een doos koekjes of een paar kilo suiker (!) meeneemt, er een half uurtje gaat zitten, en dan weer weg gaat … Het gaat er niet om dat je de overledene hebt gekend, maar dat je de nabestaande (een beetje) kent. Koekjes en suiker gebruiken ze voor de gasten: plain tea met koekjes. Het is maar een weet.

Bij de ‘saloon’ kan je een heerlijke hoofdmassage laten doen. Er zijn heel veel ‘saloons’, want een beetje SL man gaat iedere twee à drie weken naar de kapper voor knippen en verven: als je haar maar goed zit, toch? Janny en ik gaan naast elkaar zitten en laten ons het gefriemel en de stevige massage-onderdelen graag zo’n drie kwartier welgevallen! Niet vragen hoe ze na afloop je haar kammen waarmee je naar buiten zou moeten …